Bij zogenaamde circulatiestudies van het collectiemanagement vallen we vaak terug op de "oer-modellen", die uitgaan van statistisch onderzoek naar de circulatie van de collectie. De bekendste modellen zijn de use-factor, z-score, Gütersloh, Münster, McClellan en Doucet-Larbre.
Om deze modellen wat makkelijker uit te proberen, heb ik ze in een rekenblad gestopt. Het is nog een draft-versie, maar het zou reeds perfect moeten werken. Je kunt het rekenblad (opgelet : ODS-formaat, Open Office) met de kant en klare formules downloaden via deze link. Een bijkomende versie vindt u terug in Google-docs.
Er wordt (nog) geen handleiding bijgevoegd, maar doe-het-zelvers zullen hun weg wellicht wel vinden. Toch enkele aandachtspunten :
- De eerste kolom is steeds de onderverdeling van de rubrieken
- In het gele vakje (onderaan) wordt het aantal materialen gevraagd waarvoor er budget is, dit kan berekend worden door het vooropgestelde budget te delen met een een gemiddelde boekenprijs
- Het rekenblad is (deels) beveiligd, maar je hebt geen paswoord nodig om aan de formules te raken
- Om eventuele foutmeldingen te vermijden : de overbodige rijen invullen (eventueel met een 0) of wissen
|
|
Maarifa is gespecialiseerd in strategisch informatiemanagement. Een performante organisatie (bedrijf, non-profit of overheid) moet immers beschikken over beheersbare en toegankelijke informatie. Daarom wil Maarifa met haar informatieaudit, de informatiehuishouding in kaart brengen. Het resultaat is een “informatiekaart” waaraan de nodige strategische beslissingen (organisatie, systemen en competenties) kunnen gekoppeld worden.
|
|
Lees meer...
|
|
|
De term Web 2.0 verwijst naar de zogenaamde tweede fase van het World Wide Web. We zien dat gebruikers in toenemende mate zelf de inhoud van websites gaan aanvullen (user generated content : zoals commentaar bij blogs en het aanvullen van wiki's), hun eigen materiaal met anderen gaan delen (sharing : zoals bij foto's en video's) en bestaand materiaal gaan hergebruiken (embedden : zoals YouTube op de eigen site). Op deze manier ontstaan online gemeenschappen (communities). Nieuwe technieken als AJAX maken het de gebruiker immers makkelijk iets te publiceren zonder technische bagage, denk maar aan het gebruiksgemak van een blog vergeleken met de vroegere statische HTML-websites.
Deze interactieve webdiensten zijn bovendien meestal gratis of zeer goedkoop. Voorbeelden van Web2.0-toepassingen zijn weblogs, podcasts, RSS-feeds, photosharing en social bookmarking. De sites die deze toepassingen aanbieden zijn ondertussen klinkende namen : Wikipedia, Flickr, YouTube, MySpace en del.icio.us.
Voor individuen geldt steeds meer de slogan “Iedereen wordt zelf journalist, schrijver, uitgever, muzikant, regisseur en bibliothecaris.”
Maar wat betekent dit voor uw organisatie ?
|
|
Lees meer...
|
In tijden van snelle evoluties in het bibliotheeklandschap heeft een bibliothecaris, documentalist of archivaris nood aan gespecialiseerd advies.
“Is mijn bibliotheek nog aangepast aan de huidige en toekomstige behoeften ?”
“Wat zijn de noodzakelijke competenties in een moderne informatiedienst ?”
“Hoe kan ik mijn processen (dienstverlening, collectieontwikkeling, inlichtingenwerk, ...) stroomlijnen ?”
“Wat is de (toekomstige) maatschappelijke meerwaarde van mijn instelling?”
“Wat zijn de prioriteiten voor de toekomstige bibliotheek ?”
|
|
Lees meer...
|
|
|
|
|
|